van houtsoort naar houtoptimalisatie
Hout kiezen op prestaties, niet op gewoonte
Hout is een hernieuwbare, koolstofbergende en circulaire grondstof. Maar wie hout echt duurzaam wil inzetten, moet verder kijken dan de klassieke lijst van vertrouwde houtsoorten.
Niet de vraag of hout lokaal of tropisch is, moet het vertrekpunt zijn, maar wel: wat moet het hout kunnen, waar komt het vandaan en hoe verantwoord is de keten?
Volgens Els Franssens, onderzoeker houttechnologie aan HOGENT, ligt daar een belangrijke kans voor de bouwsector. In plaats van een houtsoort vooraf voor te schrijven, kunnen ontwerpers eerst de prestaties bepalen die nodig zijn: sterkte, stijfheid, vochtbestendigheid, vormstabiliteit, levensduur, uitzicht, afmetingen en onderhoud. Daarna kan worden gezocht naar houtsoorten die aan die eisen voldoen én afkomstig zijn uit een aantoonbaar verantwoord beheerde keten.
Van een vaste soortenlijst naar een brede houtkeuze
In de praktijk worden vaak dezelfde houtsoorten voorgeschreven. Dat lijkt veilig, maar beperkt tegelijk de mogelijkheden. Minder bekende houtsoorten – zowel lokaal als tropisch – worden vaak uitgesloten zonder dat hun technische geschiktheid voor de specifieke toepassing wordt onderzocht.
Een raamprofiel vraagt immers andere eigenschappen dan een terrasplank. Een gevelbekleding stelt andere eisen dan een dragende balk.
Azobé is daar een mooi voorbeeld van. De houtsoort is uitzonderlijk zwaar en sterk en kan daardoor interessant zijn voor zware waterbouwkundige toepassingen. Voor buitenschrijnwerk is diezelfde combinatie van eigenschappen net minder geschikt. De les is dus niet dat azobé goed of slecht is, maar dat de toepassing bepaalt welke eigenschappen nodig zijn.
De architect hoeft daarvoor niet honderden houtsoorten te kennen. Het volstaat om de vereiste prestaties goed te omschrijven. Houthandelaars, zagerijen, producenten en onderzoekers kunnen vervolgens mee bepalen welke houtsoorten beschikbaar en geschikt zijn.
Lokaal hout is niet automatisch duurzaam
Meer lokaal hout gebruiken biedt duidelijke kansen. Transport kan worden beperkt, regionale kennis en werkgelegenheid kunnen worden versterkt en meer economische waarde kan in de lokale keten blijven.
Maar lokaal is geen synoniem voor duurzaam. Ons kastanjehout komt dan wel uit de Périgord, maar is PEFC gelabeld en komt voort uit een hakhoutcultuur. Dat compenseert vele "lokalere" veresieten.
Ook lokaal hout moet afkomstig zijn uit verantwoord bosbeheer, efficiënt worden verwerkt en geschikt zijn voor de beoogde toepassing. Omgekeerd is tropisch hout niet per definitie onduurzaam. Hout uit tropische bossen kan technisch bijzonder waardevol zijn, op voorwaarde dat het legaal wordt geoogst en afkomstig is uit een aantoonbaar verantwoord beheerde en traceerbare keten.
Hier en daar een lokale boom verwerken tot een houtproduct mogen we natuurlijk niet uitsluiten, maar dit zijn producten die meestal niet "voorgeschreven" kunnen worden. Het zal de boomzagerij zijn die door zijn kenneis en ervaring zal kunne invullen hoe hij deze boom kan verwerken tot de meest duurzame producten. De Ecomat partner daarvoor is Houtvanhier.
Ook CITES, het internationale systeem dat de handel in bepaalde bedreigde soorten reguleert, mag niet worden verward met een duurzaamheidslabel. Dat een houtsoort onder CITES valt, betekent juist dat extra controle nodig is om overexploitatie tegen te gaan.
De echte uitdaging ligt daarom niet in een eenvoudige tegenstelling tussen lokaal en tropisch hout. We moeten de druk op een beperkt aantal populaire soorten verminderen en de diversiteit van onze bossen beter leren benutten.
Werken met wat het bos kan leveren
Dat vraagt ook een andere manier van ontwerpen en samenwerken.
Een lokale houtketen kan maar functioneren wanneer bosbeheer, oogst, verzaging, droging, sortering, opslag en distributie op elkaar zijn afgestemd. Vandaag wordt een ontwerp vaak eerst gemaakt en wordt pas daarna gezocht naar het juiste hout.
Waarom zouden we dat niet omdraaien?
Door vroeger samen te werken met bosbeheerders, zagerijen en houthandelaars, kunnen ontwerpen beter worden afgestemd op de beschikbare houtsoorten, afmetingen en kwaliteiten. Niet het bos hoeft zich aan te passen aan een vooraf vastgelegd product; het ontwerp kan vertrekken vanuit wat het bos verantwoord kan leveren.
Populier als constructiehout: van onderbenut naar waardevol
Een mooi voorbeeld is de Natuurboerderij Bos t’Ename van murmuur architecten. Voor het project werd populierenhout gebruikt uit het aangrenzende bos. Het hout was beschikbaar dankzij het lokale bosbeheer, maar voor deze specifieke herkomst en toepassing was er geen passend Belgisch kader voor visuele sterktesortering.
Studenten Houttechnologie van HOGENT onderzochten en sorteerden daarom het hout volgens een aangepaste Franse norm. Balk per balk werd gekeken naar onder meer kwasten, vezelverloop, scheuren en vervormingen om de mechanische kwaliteit te beoordelen.
Het resultaat is interessant om een bredere reden: niet de naam van de houtsoort bepaalde of het hout bruikbaar was, maar de daadwerkelijke kwaliteit van de afzonderlijke balken.
Dat is precies de omslag die nodig is om meer houtsoorten in de bouw toe te passen. Populier hoeft niet als algemene categorie "constructiehout" te worden bestempeld. De vraag is welke individuele elementen, na correcte sortering en binnen de juiste randvoorwaarden, constructief kunnen worden ingezet.
VA
De toekomst van duurzaam hout is divers
Duurzaam omgaan met hout betekent dus niet simpelweg: gebruik meer lokaal hout. Het betekent vooral dat we slimmer omgaan met de grondstof die bossen ons bieden.
Door hout prestatiegericht voor te schrijven, kunnen we de afhankelijkheid van een beperkt aantal soorten verminderen. Door lokale ketens te versterken, kunnen we meer waarde creëren dicht bij de bron. En door verantwoord beheerde bossen in hun volledige diversiteit te benutten, kunnen we de druk beter spreiden.
De vraag van de toekomst is daarom niet: "Welke houtsoort gebruiken we?"
Maar: "Welke houtkwaliteit hebben we nodig, waar komt ze vandaan en hoe kunnen we ze zo lang en zo hoogwaardig mogelijk inzetten?"
Dat is niet alleen een andere manier om naar hout te kijken. Het is een belangrijke stap naar een robuustere, meer circulaire en werkelijk duurzame bouwsector.
copyright oorspronkelijke tekst : Vibevzw