Na 1975 werd de Bijlmer het nieuwe thuis voor Surinamers: “We hebben het zelf gedaan”
De voormalig honingraatflats Gliphoeve I en II waren na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 een toevluchtsoord voor Surinamers in de stad. Nadat Surinamers op veel plekken in de stad werden geweerd of onder erbarmelijke omstandigheden leefden, ontstond er na kraakacties in de gloednieuwe flats binnen no time een grote gemeenschap in de Bijlmer. ldquoZuidoost is nu een zwart stadsdeel, dankzij al het werk dat toen verzet isrdquo, vertelt oudkraker en bewoner Guilly Koster. Samen met hem en twee andere bewoners haalt De Straten van Amsterdam herinneringen op aan het ontstaan van de Surinaamse gemeenschap in Amsterdam.ldquoIk was begin twintig en had ook een plek nodig om te wonenrdquo vertelt Guilly Koster. nbspHij woonde voordat hij zelf begon te kraken net als veel andere Surinamers in pensions in de stad. Vaak onder slechte en gevaarlijke omstandigheden en voor veel te veel geld. De emigratie van Surinamers naar Nederland piekte na de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975. Binnen een tijdsbestek van vijf jaar zochten 300.000 Surinamers hun heil in Nederland, veel daarvan kwamen ook in de hoofdstad terecht. Het vinden van een woning in de stad was voor een Surinamer in die tijd een hele opgave aangezien gemeentebeleid bepaalde delen van de stad in de jaren 70 onbewoonbaar voor hen maakte. Koster: ldquoHet was niet normaal. In andere wijken waren er demonstraties met spandoeken. lsquoGeen Surinamers, rot oprsquo stond erop. Je kon geen kant op.rdquo Het duurde niet lang of de jonge Koster trok naar de Bijlmer. In het kielzog van mannen als voorlopers Just Maatrijk en Errol Brown die begonnen met kraakacties in de honingraatflats, pakte ook hij het breekijzer op.nbspVan pensions naar krakenldquoDaar stond een mannetje op de loer, Koster gebaart naar het eind van de galerij in de Bijlmerflat Geldershoofd het voormalige Gliphoeve II. ldquoEn aan de andere kant stond ook een mannetje. Dan opende je met een kroebaal SurinaamsNederlands woord voor koevoet het bovenste keukenraampje. Het luikje opende naar buiten toe en omhoog. Dan liet je een broekriem naar beneden zakken en trok je de hendel van het grote raam beneden open.rdquo Koster laat minutieus zien hoe het kraken in de flat in zrsquon werk ging. Als het raam open was ging er snel een stoel naar binnen. ldquoSlot erop en je woonde er.rdquonbspDe honingraatflats van de Bijlmer werden in 1968 neergezet onder de slogan lsquoDe Stad van de Toekomstrsquo, bedoeld voor de gegoede middenklasse. De gebouwen bevatten woningen van 96 vierkante meter of meer voor gezinnen met twee of drie kinderen. Vandaag de dag zou zorsquon bouwproject eerder een fantasie zijn dan werkelijkheid. Ondanks de babyboom groeide de bevolking minder snel dan verwacht en omdat woningbouwverenigingen in de Bijlmer juist het stadsdeel promootten onder Surinamers, wilden veel witte Nederlanders er niet meer wonen. nbspHet resultaat was dat er al binnen de eerste tien jaar veel leeg stond. Zestig procent van flat Gliphoeve I was onbewoond toen de krakers arriveerden. Ruim negentig procent daarvan werd gekraakt.nbspBroedplaats avant la lettreldquoDe eerste drie weken hier heb ik lopen janken, ik wilde terugrdquo, vertelt oudflatbewoner Humphrey Krind. ldquoMaar dat is ook niet zo gek, je komt uit een heerlijk warm land met natuur en dan zit je ineens hier op negen hoog.rdquo Krind was wat jonger toen hij in Gliphoeve ging wonen en keek ook erg op tegen Guilly en de oudere krakers. Ook hij heeft uiteindelijk gekraakt. ldquoWe kraakten niet voor onszelf, de mensen hadden woningen nodig. Ze zagen ons als een soort van Robin Hoods in die tijd, aldus Humprey.nbspnbspToen de gemeenschap zich langzaamaan had gevormd halverwege de jaren 70 woonden er 2100 mensen in Gliphoeve I en bijna negentig procent daarvan was Surinaams ging men ook de eigen boontjes doppen op een plek die los van de woningen totaal niet was uitgerust om te leven. Krind: ldquoEr was nauwelijks openbaar vervoer, je had eens in de zoveel tijd een buslijn. Zo zijn uiteindelijk de snorders ontstaan.rdquo Ook Koster weet nog hoe weinig faciliteiten er waren in en rond de flats. ldquoMensen gingen het zelf doen. Als je haar te lang werd, kon je hier niet naar een kapperszaak, dan ging je naar vier hoogrdquo, lacht hij. ldquoOok had je in die tijd Pa Tjon. Hij had een oude SRVwagen gekocht en begon onderaan de flats Surinaamse etenswaren te verkopen. Er waren geen tokorsquos in die tijd, wij hadden Pa TjonrdquoKrind was een van mensen die zich uiteindelijk ook hard ging inzetten voor de vrijetijdsbesteding en culturele evenementen in de Bijlmer. ldquoWij hadden geen uitgaansgelegenheden hier, dus zijn we op gegeven moment ook grotere ruimtes hier gaan kraken. Op die manier hielden we ook onze eigen activiteiten, discorsquos, Surinaamse feestjes, Miss Bijlmerverkiezingen. Volgens Koster toont dit gegeven de kracht van de Surinaamse gemeenschap in de Bijlmer. ldquoWij hebben hier een hele eigen infrastructuur gecreeumlerd. Dat is het essentieumlle verschil met bijvoorbeeld de banlieus in Parijs. Daar is anarchie ontstaan, maar hier niet. Dit was een broedplaats avant la lettre.rdquonbsp