'We zijn er nog!' De vergeten inheemse geschiedenis van Nieuw-Amsterdam
Het is een van de topstukken van het Nationaal Archief. Het geboortebewijs van New York: de brief waarin WICbestuurder Pieter Schaghen aankondigt het eiland Manhattan te hebben gekocht voor 60 gulden aan snuisterijen. De beste zakendeal ooit, vond het tijdschrift Fortune.pp400 jaar na de komst van de Nederlandse kolonisten belicht een nieuwe tentoonstelling in het Amsterdam Museum de keerzijde van het chauvinistische succesverhaal. Want voordat New York NieuwAmsterdam heette, was het al Manahahtanung, de plek waar we hout voor bogen halen. Alleen verdwenen de oorspronkelijke bewoners die het gebied die naam gaven, de Lenape, uit de geschiedenis.ppiyach Ktapihna We zijn er nog, benadrukt spiritueel leider Brent Stonefish van de Delaware Natie tijdens de voorbeschouwing van de tentoonstelling. Hij wil in Amsterdam wat zaken rechtzetten over de relatie met de Shouwunnok, de zoute mensen die opdoemden uit de oceaan.ph2Wampumh2pOver het belang van die Schaghenbrief bijvoorbeeld. Het is onzin, zegt hij, dat zijn voorouders daarmee afstand deden van het land. Ze zullen gras, grond en een rivier net zo min als hun eigendom hebben gezien als de lucht of een zonsondergang.ppOns idee over eigendom was totaal anders. We hadden een relatie met het land en zullen bedoeld hebben dat de Nederlanders mochten delen in de rijkdom ervan. Het is absurd om te denken dat we het voor een habbekrats verkochten.ppHij vindt bovendien dat alleen het kattebelletje van Schaghen maar dun bewijs is. Als er duidelijke afspraken waren gemaakt, dan zou er een wampum zijn samengesteld: een kralenriem waarin het verdrag wordt verbeeld. Zo is er eentje uit 1619 waarin de Irokezen met de Nederlanders afspreken in vriendschap naast elkaar leven, gesymboliseerd in twee parallelle paarse lijnen.ppDe delegatie heeft een beginnetje gemaakt om die lacune na 400 jaar te vullen: twee kralenstrengen zijn gisteren plechtig toegevoegd aan de tentoonstelling. Het is de bedoeling deze af te maken na overleg met Lenapeleiders, als symbool van een nieuwe verstandhouding.ppHoelang dat duurt en hoe de band eruit zal komen te zien, hangt af van de vorderingen die worden gemaakt. Voor Stonefish is een officile erkenning belangrijk.ppWe hopen uiteindelijk op excuses. Dat is al gebeurd voor de slavenhandel en ons volk zou het ook graag willen. En herstelbetalingen, omdat we een hoop hebben verloren: cultuur, taal, de verbinding met ons thuisland.ppHij wijst erop dat zijn mensen nog altijd de traumas meedragen. Zijn voorouders bezweken aan de ziektes die de Europeanen meebrachten, werden verjaagd of afgeslacht. De 20.000 afstammelingen die tegenwoordig nog verspreid over een tiental plekken in NoordAmerika wonen, kampen met armoede, alcoholisme, diabetes en discriminatie.ph2Indianen achter glash2pEen precies bedrag wil de delegatie nog niet noemen. Hoe Nederland zou kunnen bijdragen kan besproken worden. Juist deze tentoonstelling is het begin van die discussie.ppStonefish is in ieder geval blij verrast over de samenwerking met het museum. Oh oh, daar heb je de Nederlanders weer, was zijn aanvankelijke reactie, bang dat de tentoonstelling weer alleen indianen achter glas zou tonen. Dat waren ze gewend na eeuwen contact met missionarissen, antropologen, archeologen en overheidsfunctionarissen. Maar het museum had juist oog voor de onvertelde verhalen.ppZo werd in het Amsterdamse archief het verhaal teruggevonden van Jacques, tot nu de enige Lenape van wie we weten dat hij naar Nederland kwam. In 1644 werd hij als krijgsgevangene meegevoerd door twee WICsoldaten om tentoon te stellen. De notaris tekende keurig op dat slavernij hier verboden was, maar ook dat de exploitant de deur waar de wilde te zien is goed op slot zal houden.ppMijn voorouders geven me de opdracht ons verhaal te vertellen, legt Stonefish zijn missie uit. We waren geen wilden, niet primitief, niet onbeschaafd. Onze beschaving lag in de manier waarop we met de natuur omgingen, hoe we begrepen dat we onze omgeving niet moesten misbruiken maar in harmonie moeten leven.ppWe moeten die verhalen blijven vertellen. Hopelijk kunnen we voor de volgende 400 jaar samenwerken en een betere toekomst creren.p