#schoolmoeheid
Zoals (in dit stuk) slaaptekort, of (zeer vaak) schoolmoeheid, ptsd, gsm/spel-verslaving,…

Er schort duidelijk iets met de DSM-5 diagnostiek v ADHD.

2/
March 17, 2026 at 3:45 PM
😂😂 de jongens zouden alvast minder schoolmoeheid vertonen.😌
January 17, 2026 at 7:59 AM
Jonge criminelen met schoolmoeheid kunnen op leercontract bij dikke Nordin.
May 14, 2025 at 6:47 AM
Als je in de 3 finaliteiten lesgeeft zie je natuurlijk parallel met de schoolmoeheid ook de bereidheid tot taken maken toenemen… maar in elke richting zijn er ook gewoon lln die het wel doen.
March 5, 2026 at 7:35 AM
Gedachten veranderen en na vele breakdowns en schoolmoeheid de voorbije weken ben ik beginnen beseffen dat ik het studeren gewoon beu ben. Dus ik begin op mijn gemak al eens te kijken naar voltijdse / 80% jobs voor na de zomer he 👀
April 28, 2026 at 3:08 PM
Ik ben vooral blij dat ze graag naar school gaan. Ik zie te veel schoolmoeheid rond mij.
December 22, 2023 at 9:15 AM
Schooluitval (Raad VGC, 24 oktober 2025)

"De VGC beschouwt het voorkomen van schoolverzuim en schooluitval als een van haar kernopdrachten binnen het flankerend Onderwijsbeleid voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel."

#vgc #raad #schooluitval

pietvervaecke.blog/2025/11/03/s...
Schooluitval (Raad VGC, 24 oktober 2025)
In de plenaire vergadering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd aan het collegelid voor onderwijs en scholenbouw een vraag gesteld over schoolmoeheid en schooluitval. Aangezien de …
pietvervaecke.blog
November 3, 2025 at 2:59 PM
Genk breidt meldpunt schooluitval uit naar basisscholen: "Signalen van schoolmoeheid duiken al op vanaf 10 jaar"

De stad Genk breidt haar stedelijk meldpunt onderwijs uit naar de basisscholen. Tot nu toe richtte het initiatief zich enkel op de preventie van schooluitval in het...
Genk breidt meldpunt schooluitval uit naar basisscholen: "Signalen van schoolmoeheid duiken al op vanaf 10 jaar" | VRT NWS Nieuws
De stad Genk breidt haar stedelijk meldpunt onderwijs uit naar de basisscholen. Tot nu toe richtte het initiatief zich enkel op de preventie van schooluitval in het middelbaar onderwijs, maar de stad ...
www.vrt.be
August 28, 2026 at 10:29 AM
Omgekeerd blijf ik wel het gevoel krijgen dat we met de leerplicht tot 18 sommige jongeren in schoolmoeheid gooien die ook niet constructief is. Voor sommigen zou gaan werken zijn op 16 met kansen op terugkeer/deeltijdse opleiding een veel betere oplossing zijn
August 16, 2026 at 8:17 AM
‘Het technisch en beroepsonderwijs versterk je niet zomaar door de naam te veranderen’
‘Het technisch en beroepsonderwijs versterk je niet zomaar door de naam te veranderen’
‘Het technisch en beroepsonderwijs versterk je   niet door louter de naam te veranderen, maar door de onderliggende structuren fundamenteel aan te pakken’, schrijft  Stijn Kerkhofs van Vista bij het einde van het schooljaar. Het gaat niet goed met ons technisch en beroepsonderwijs. De leerlingen kampen met schoolmoeheid en ongekwalificeerde uitstroom loert om de hoek. Scholen hekelen dat leerlingen de nodige basiskennis en -vaardigheden missen en vaak in een richting terechtkomen bij gebrek aan andere opties. De hele sector klaagt over een gebrek aan maatschappelijke waardering. Symbolische maatregelen zoals naamsveranderingen van A- en B-stroom zullen weinig verandering teweegbrengen. Het technisch en beroepsonderwijs versterk je immers niet door louter de naam te veranderen, maar door de onderliggende structuren fundamenteel aan te pakken. De B-stroom: een vat vol tegenstellingen Stel je voor dat je een kind hebt in het zesde leerjaar. Hij is graag met zijn handen bezig en heeft een grote interesse in auto’s en hoe deze werken. Op school gaat het oké en hij haalt zijn getuigschrift basisonderwijs. Naar waar zou je hem oriënteren in het 1 e jaar secundair? Het probleem is dat er geen plaats is voor cognitief sterke leerlingen die bewust willen kiezen voor een praktijkgerichte opleiding. Zij moeten starten in de A-stroom en zullen waarschijnlijk niet vrijwillig van richting veranderen ‘zolang ze ASO aankunnen’. Dit gebeurt doorgaans pas wanneer ze tegen het 4 e of 5 e jaar aan hun plafond zitten en moeten afzakken (want ja, dat is de realiteit). Tegen dan is hun aanvankelijke motivatie gesmolten als sneeuw voor de zon en zijn ze een faalervaring rijker. Tegelijkertijd mengt de huidige B-stroom twee erg verschillende profielen: leerlingen met een praktijkgericht profiel die sterke vakmensen kunnen worden enerzijds en leerlingen met een gigantisch gebrek aan basiskennis (ze komen soms recht uit het 4 e leerjaar) anderzijds. Deze heterogene groepen maken het voor de leerkracht erg moeilijk werkbaar. De focus ligt vaak vooral op het remediëren, waardoor sterkere leerlingen op hun honger blijven zitten. Een niet te onderschatten aantal leerlingen uit de B-stroom stroomt quasi ongeletterd en zonder interesse in praktijk door naar de arbeidsmarktfinaliteit  (tot voor kort gewoon op leeftijd). De allerzwaksten worden doorgestuurd naar het buitengewoon onderwijs. Ook in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs zijn er enkele structuurfouten die een sterk technisch en beroepsonderwijs in de weg staan. Zo voorziet de wetgeving dat een leerling op elk moment vanuit een doorstroom- of dubbele finaliteit naar de arbeidsmarktfinaliteit kan. Dit betekent dat een leerling van 4 Humane wetenschappen naar 5 Elektriciteit kan zonder dat er enige voorkennis vereist is. Het feit dat een overgang in de omgekeerde richting, bijvoorbeeld van 4 Zorg en welzijn naar 5 STEM-wetenschappen, wél als ondenkbaar wordt gezien, toont aan dat de onderwaardering voor het technisch en beroepsonderwijs meer is dan enkel een gevoel. ‘Willen we dat leerlingen een diploma thuis halen of op school?’ Alternatief model met drie stromen Het is dus duidelijk dat er ook in de structuur van ons onderwijs gesleuteld moet worden als we dit probleem willen aanpakken. Ik pleit ervoor om in de eerste graad drie stromen te voorzien in plaats van twee. Leerlingen die hun getuigschrift basisonderwijs behalen, kunnen op basis van hun interesses kiezen voor een meer theoretische of praktische stroom. Voor de algemene vorming kan het curriculum in beide richtingen verder bouwen op wat ze in het basisonderwijs gezien hebben, en in de basisopties/pakketten kunnen ze hun interesses en talenten verder verkennen. Voor de leerlingen die geen getuigschrift behalen, is er een aparte remediëringsstroom. Binnen deze stroom wordt de gemiste leerstof uit het basisonderwijs herhaald met het oog op het behalen van het getuigschrift. In de tweede (en derde) graad maken de leerlingen vervolgens de keuze voor een richting binnen de eigen stroom of voor gemengd aanbod. Leerlingen uit de theoretische stroom gaan dus door naar de doorstroom- of dubbele finaliteit, leerlingen uit de praktische stroom naar de arbeidsmarktgerichte of dubbele finaliteit. Leerlingen die slagen in de remediëringsstroom kunnen instromen in zowel de theoretische als de praktische stroom. Slaagt een leerling niet in de remediëringsstroom, gaat hij door naar een nieuwe ‘functionele finaliteit’. Deze finaliteit omvat een curriculum en kwalificatie zoals een OV3, maar dan geïntegreerd in het gewoon onderwijs. De realiteit is echter dat leerlingen verkeerde studiekeuzes maken of doorheen hun schoolloopbaan geheroriënteerd moeten worden. Het model moet dus voldoende flexibel zijn, maar dat kan ook zonder de huidige vrijblijvendheid. Zo zou het een meerwaarde zijn om leerlingen die een ‘onlogische overstap’ maken een verplichte bijspijkeringscursus met toelatingsproef te laten doen. Dit is ook meer in lijn met hoe curriculum en deliberatie normaal gezien werken: als je wilt instromen in 5 Houtbewerking, moet je eerst aantonen dat je de eindtermen van 4 Houtbewerking behaald hebt. Conclusie Ons technisch en beroepsonderwijs verdient een fundamentele herziening om zowel leerlingen als leerkrachten beter te ondersteunen en de maatschappelijke waardering te verhogen. Door in de eerste graad drie duidelijke stromen in te voeren – theoretisch, praktisch en remediërend – bieden we leerlingen een gerichte start die aansluit bij hun interesses en capaciteiten. In de hogere graden versterken logische overgangsmogelijkheden en bijspijkeringscursussen bij heroriëntatie de flexibiliteit en kwaliteit van het systeem. Met deze gerichte hervormingen kunnen we het technisch en beroepsonderwijs herwaarderen als een krachtig fundament voor onze samenleving en economie. Stijn Kerkhofs is kernlid van Vista. Hij werkt als adjunct-directeur in een middelbare school. Lees ook: – ‘Opdracht voor de school of voor de ouders? Problemen in het onderwijs aanpakken is gedeelde verantwoordelijkheid’ – Waarom kinderen van migranten slechter presteren: ‘Alleen met geloof en ambitie raak je er niet’ – –  Vlaamse toetsen: ‘Score van de school publiek maken leidt onvermijdelijk tot rankings’ The post ‘Het technisch en beroepsonderwijs versterk je niet zomaar door de naam te veranderen’ appeared first on Knack .
www.knack.be
June 28, 2025 at 2:23 PM
Ligt oplossing voor “jongensprobleem” in het schoolsysteem? ‘Twee uur lichamelijke opvoeding is veel te weinig’
Ligt oplossing voor “jongensprobleem” in het schoolsysteem? ‘Twee uur lichamelijke opvoeding is veel te weinig’
Waarom doen jongens het in secundair en hoger onderwijs slechter dan meisjes? En waarom voelen ze zich aangesproken door misogyne praatjes als die van Andrew Tate? Volgens professor geschiedenis Magaly Rodríguez García moeten we de oorzaak én een mogelijke oplossing voor het ‘jongensprobleem’ zoeken in het schoolsysteem. Ze halen significant slechtere resultaten dan meisjes, kampen vaker met schoolmoeheid en moeten ook aan de hogescholen en universiteiten dikwijls de duimen leggen voor hun vrouwelijke collega’s. Daarbij komt nog dat jongens – of er een oorzakelijk verband is met het voorgaande willen we in het midden laten – veel gevoeliger blijken voor de lokroep van extreemrechts. ‘Ik kan het licht van de zon niet ontkennen’, zegt hoofddocente hedendaagse geschiedenis Magaly Rodríguez García (KULeuven). ‘De cijfers laten heel duidelijk zien dat er iets aan de hand is met de jongens. Ik zie het ook rond mij, bij de honderden jonge mannen waaraan ik les geef en bij wie ik vaak minder motivatie zie.  Zoals ik bij hen ook een zekere boosheid ervaar.’ In een mail over dit onderwerp die ze naar onze redactie stuurde, illustreert Rodríguez García die boosheid met een anekdote. ‘Enkele jaren geleden – het was op de Internationale Vrouwendag – verstoorde een eerstejaarsstudent het college van een van onze assistentes door met een speaker waar luide muziek door knalde het klaslokaal binnen te stappen. ‘Fuck vrouwendag’, riep hij. We zijn nadien met die student in dialoog gegaan en hij heeft openlijk zijn excuses aangeboden. Ik ben nog altijd trots op de manier waarop we, samen met de vicedecaan onderwijs, dit incident hebben afgehandeld.  Het laat zien dat er, ondanks die boosheid, nog dialoog mogelijk is. Maar we moeten dat gesprek wel blijven voeren. Repressie is hier niet het juiste antwoord.’ Wat zou er met ‘onze jongens’ aan de hand kunnen zijn? Magaly Rodríguez García : Het lijkt me duidelijk dat ze worstelen met hun mannelijkheid. Dat kan ook verklaren waarom ze zo obsessief met hun lichaam bezig zijn – iets dat je vroeger vooral bij jonge vrouwen zag. Jonge mannen gaan vandaag massaal naar de fitness, ik neem aan met de bedoeling om er zo gespierd mogelijk uit te zien. Je ziet die obsessie ook bij de leden van Schild & Vrienden. Dries Van Langenhove & co. zijn heel veel met sport bezig. Daar is op zich helemaal niks mis mee. Sport is een goeie manier om de energie van jonge mensen te kanaliseren. Maar we gaan dit toch niet exclusief overlaten aan bedenkelijke groeperingen als Schild & Vrienden? Ik denk dat hier een mooie kans ligt voor het onderwijs. Mijn zoon en zijn vrienden vinden twee uur lichamelijke opvoeding per week veel te weinig. Ze hebben gelijk. Natuurlijk is sport geen wondermiddel tegen schoolmoeheid. Het is zeker ook niet het enige antwoord op die jongenskwestie. Maar ik ben er wel zeker van dat meer aandacht voor sport een manier kan zijn om jongens met meer plezier naar school te laten gaan. Mannenemancipatie: ‘Vrouwen hebben het feminisme, voor mannen is er niks’ De oorzaak van ‘het jongensprobleem’ wordt wel eens in het onderwijs gezocht. Door de vervrouwelijking van dat onderwijs zou normaal jongensgedrag geproblematiseerd worden. Rodríguez García : Ik heb die kwestie onlangs besproken met mijn collega Karel Van Nieuwenhuyse, expert in de geschiedenis van het onderwijs. Hij verwees onder meer naar de afschaffing van jongens- en meisjesscholen. Dat de opdeling in jongens- en meisjesscholen om redenen van gelijkheid in toenemende mate is afgeschaft  in de jaren ‘80 en ‘90 is een goede zaak, maar daarbij heeft men misschien te weinig rekening gehouden met de verschillen tussen jongens en meisjes. Het idee was en is in vele gevallen nog altijd: one size fits all .  In een vak als lichamelijke opvoeding kwam de nadruk minder op competitie te liggen, en meer op plezier, beleving en het sociale aspect. Daar is op zich zeker niks mis mee. Maar het competitieve kan nog wel een plaats krijgen. Als dat niet het geval is hebben sommige jongens het daar lastig mee. Ik hoor dat op sommige scholen die schamele twee uren lichamelijke opvoeding ook ingevuld worden met dansen. Dat vinden veel jongens gewoon niet leuk. Natuurlijk zijn er die wél graag samen dansen, of meisjes die net heel erg competitief zijn. Die zijn er héél zeker. Het sociale en het competitieve kun je trouwens perfect combineren. De voetbalclub RWDM Girls is een prachtig voorbeeld. Die vrouwen zijn héél erg competitief, en om die reden een gevreesde tegenstander. Maar de manier waarop ze een goal vieren, bijvoorbeeld, is toch heel anders dan de mannelijke. Die elf vrouwen van RWDM lopen na een doelpunt naar elkaar, om samen te vieren. Dat is toch anders in een mannenploeg, waarin de doelpuntenmaker meestal  eerst in z’n eentje naar het publiek loopt om als een gorilla op z’n borst te gaan kloppen. (lacht) Om maar te zeggen: over het algemeen is er wel een verschil in sportbeleving. Of dat een aangeboren of aangeleerd verschil is, doet er hier niet echt toe. Het punt is dat scholen daar meer rekening mee zouden kunnen houden. Als je als school te veel de nadruk legt op plezier en beleving, raak je veel jongens kwijt. Die gaan zich dan maar uitleven na de schooluren, in de gym, in de boksclub of weet ik veel welke sportactiviteit waarin ze zich wel kunnen uitleven. Veel intellectuelen die ik ken, schamen zich niet voor hun onwetendheid op sportvlak. Integendeel. Soms koketteren ze er zelfs mee. U pleit voor meer uren lichamelijke opvoeding in de school. Leraren lo zullen het daar ongetwijfeld mee eens zijn. Net zoals leraren wiskunde of esthetica vinden dat hun vak te weinig aandacht krijgt. Rodríguez García : Dat is waar. Ik vind trouwens dat er op school meer aandacht voor geschiedenis moet zijn. (lacht) Maar als het over sport gaat, kun je echt wel aantonen dat wij – zeg maar continentaal Europa – achterophinken. Zeker als je vergelijkt met de Angelsaksische landen. Dat geldt trouwens niet alleen voor sport in de lagere of middelbare school. Aan de Amerikaanse en Engelse universiteiten heb je een levende, bij ons zo goed als onbestaande sportcultuur. Denk aan de wereldberoemde roeiwedstrijd tussen Oxford en Cambridge. Die hoge status van sport in het Angelsaksische onderwijssysteem zie je trouwens ook gereflecteerd in de literatuur. Als je als school te veel de nadruk legt op plezier en beleving, raak je veel jongens kwijt. Die gaan zich dan maar uitleven in de gym of boksclub. Een recent voorbeeld zijn de boeken over Harry Potter – een nogal middelmatige leerling, maar wel een uitstekende zwerkbalspeler (een fictieve sport die het intussen tot een échte sport heeft geschopt, nvdr). In wezen vertelt J.K. Rowling hier een verhaal dat een variatie is op de kostschoolroman, een genre dat al bestond in de negentiende eeuw. En sport speelt in die romans in de regel een cruciale rol. Vlaamse tienerjongens in de ban van Andrew Tate: ‘Blijf jij maar thuis, ik zorg voor het geld’ Een bekend, en vandaag nog altijd populair voorbeeld is Tom Brown’s School Days , van Thomas Hughes. Dat soort literatuur paste helemaal in de muscular christianity , een beweging die in de 19 e eeuw in Engeland ontstond en de gezonde geest in het gezonde lichaam predikte. Die ideeën leefden een eeuw later nog voort in bijvoorbeeld paus Johannes Paulus, een goeie keeper en een begenadigde skiër. Binnen onze intellectuele elite is dat mens sana in corpore sano-idee veel minder aanwezig.  De westerse elite lijkt eerder neer te kijken op sport. Is dat zo? Rodríguez García : Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Albert Camus was een groot voetbalfan. Hij beweerde zelfs dat hij moraal had geleerd op het voetbalveld. Maar hij is meer de uitzondering die de regel bevestigt. Of misschien beter gezegd: de intellectuele wereld is hier verdeeld in twee kampen. Je hebt intellectuelen die, al dan niet heimelijk, heel veel van sport houden. Daar tegenover staat een groep die er minachting voor heeft. Of is het eerder onbegrip? Een collega stelde ooit voor om Vincent Kompany een lofrede te laten uitspreken tijdens de proclamatie van onze studenten, maar zijn voorstel werd niet aanvaard. Ik vind dat nog steeds een schitterend idee, al denk ik niet dat de huidige coach van Bayern München in de nabije toekomst voor onze afgestudeerden en hun trotse ouders zal staan. Een andere anekdote ter illustratie: ik ging ooit met mijn zoon naar een gerenommeerde Brusselse boekhandel omdat hij voetballersbiografieën wou lezen. Helaas. Over sport was nauwelijks wat te vinden. Dat wijst toch op z’n minst op desinteresse. Veel intellectuelen die ik ken, schamen zich ook niet voor die onwetendheid. Integendeel. Soms koketteren ze er zelfs mee. Intellectuelen die uitpakken met hun onwetendheid. Dat is toch een vreemde paradox?   Magaly Rodríguez García 1973: Geboren in Ambato (Ecuador). 1994: Komt naar België en krijgt in 2000 de Belgische nationaliteit. 2008: Doctor in de geschiedenis en daarna postdoctoraal onderzoekster aan de VUB. Sinds 2015: Hoofddocente hedendaagse geschiedenis aan de KU Leuven. 2022: Publiceert samen met Elwin Hofman en Pieter Vanhees Seks voor geld – Een geschiedenis van de prostitutie in België .   The post Ligt oplossing voor “jongensprobleem” in het schoolsysteem? ‘Twee uur lichamelijke opvoeding is veel te weinig’ appeared first on Knack .
www.knack.be
June 7, 2025 at 11:21 AM
De Leraarskamer van Knack: ‘Wat ik ook verzin, leren willen leerlingen niet meer’
De Leraarskamer van Knack: ‘Wat ik ook verzin, leren willen leerlingen niet meer’
Sommige leerlingen uit het secundair onderwijs zijn zo schoolmoe dat ze verschillende keren moeten zittenblijven en uiteindelijk zelfs geen diploma behalen. Waarom verliezen ze gaandeweg hun motivatie? We vroegen het aan De Leraarskamer van Knack. Meer dan een op de zeven jongeren verlaat de schoolbanken zonder diploma. Psychische problemen, een slechte thuissituatie, maar ook schoolmoeheid kunnen daarbij een rol spelen. Daarom wil de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) leerlingen uit de arbeidsmarktfinaliteit (de vroegere beroepsopleiding) die schoolmoe zijn met een speciaal ‘groeitraject’ weer op de rails krijgen. Ook de leden van De Leraarskamer van Knack worden geregeld met schoolmoeheid geconfronteerd. Henk Daels (leerkracht buitengewoon secundair onderwijs): Leerlingen die bij ons instromen, hebben vaak al een rist negatieve schoolervaringen achter de rug. Dan is het heel belangrijk dat wij hen helpen in de juiste studierichting terecht te komen, want ze hebben succeservaringen nodig om hun motivatie terug te vinden. Hoe merken jullie dat leerlingen schoolmoe zijn? Ellick Geeroms (leerkracht bouwkunde): Wanneer ze niet meer voor een toets studeren of constant op hun telefoon zitten, zijn ze duidelijk niet meer geïnteresseerd en boeken ze ook geen vooruitgang. Wat ik ook verzin, leren willen ze niet meer. Daar haal je als leerkracht natuurlijk ook geen voldoening uit, en zo kun je opgebrand raken. Een leerling die het zat is, trekt anderen met zich mee. Henk Daels, leerkracht buitengewoon onderwijs Cathy Lecoutre (leerkracht geschiedenis): In mijn ogen is er een verschil tussen schoolmoeheid en een gebrek aan motivatie. Alleen al door hun leeftijd zijn veel leerlingen in het secundair onderwijs niet erg gemotiveerd. Onlangs klaagde een leerlinge dat ze al achttien jaar van haar leven aan school had verspild, maar dat bestempel ik niet als schoolmoeheid. Toen ik nog PAV (project algemene vakken) gaf aan toekomstige vrachtwagenchauffeurs, moest ik knokken om interesse op te wekken voor de wereld buiten hun vrachtwagen. School was voor hen een noodzakelijk kwaad, maar ze wilden wel heel graag beginnen te werken. Echte schoolmoeheid, waarbij leerlingen geen zin meer hebben om ook maar iets bij te leren, heb ik in mijn carrière gelukkig nog niet vaak meegemaakt. Wat is volgens jullie de reden waarom leerlingen schoolmoe worden? Lode Govers (leerkracht Nederlands en Frans): De brede eerste graad, waar leerlingen allemaal min of meer dezelfde basisvorming krijgen, ontneemt velen de mogelijkheid om positieve schoolervaringen op te doen. Jongeren die anders meteen naar de dubbele finaliteit zouden gaan, worden nu verplicht om door die gemeenschappelijke eerste graad heen te komen. Daardoor komen ze helemaal ontmoedigd in de tweede graad van de dubbele finaliteit aan. © Getty Images Ellick Geeroms (leerkracht bouwkunde): Er zijn veel mogelijke redenen: ze voelen zich niet goed in hun vel, leven in armoede, worden gepest, ondervinden genderproblemen of kunnen niet goed mee op school. Henk Daels (leerkracht buitengewoon secundair onderwijs): Schoolmoeheid kan zich ook in de klas verspreiden. Een leerling die het zat is, probeert soms gelijkgestemden te vinden en hen dan naar zich toe te trekken. Hoe meer leerlingen schoolmoe zijn in een klas, hoe moeilijker het wordt om daar als leerkracht iets aan te doen. Hoe grijp je in als leerkracht? Cathy Lecoutre (leerkracht geschiedenis): De meeste volwassenen zeggen dat hun schoolcarrière de mooiste tijd van hun leven was. Dat probeer ik mijn leerlingen altijd aan het verstand te brengen: ‘Je bent hier nu toch, probeer er het beste van te maken.’ Ellick Geeroms (leerkracht bouwkunde): Ik doe vooral mijn best om elke leerling bij de les te betrekken. Ik trek briefjes met hun namen op uit een pot of laat ze hun antwoord op een bordje schrijven. Zo hebben leerlingen die achteraan in een hoekje zitten de kans niet om zich te verstoppen. Omdat die aanpak meer tijd kost, kan ik daardoor vaak niet alle oefeningen afwerken. Maar uiteindelijk schieten we op die manier meer op doordat alle leerlingen de basis meekrijgen. Complexere problemen moet je als leerkracht natuurlijk wel signaleren zodat experts het kunnen overnemen. We kunnen onze leerlingen niet evalueren als we ook dienstdoen als vertrouwenspersoon Henk Daels (leerkracht buitengewoon secundair onderwijs): Het maakt al een groot verschil als leerlingen op school goed worden ondersteund en ook in de juiste studierichting terechtkomen. Individuele trajecten zijn als een reddingsboei die je gooit naar een kind dat aan het verdrinken is. Cathy Lecoutre, leerkracht geschiedenis Lode Govers (leerkracht Nederlands en Frans): Leerlingen die in de eerste graad achter aan de wagen bengelen, laat ik een praktische richting in de tweede graad bezoeken. Zo krijgen ze meer toekomstperspectief. Cathy Lecoutre (leerkracht geschiedenis): Er bestaan speciale trajecten op maat waarbij leerlingen die echt schoolmoe zijn tijdelijk uit de school worden weggehaald. Maar die hebben alleen kans op slagen als zo’n jongere beseft dat het op school zo slecht nog niet is. Ik zie zulke trajecten als een reddingsboei die je gooit naar een kind dat aan het verdrinken is. Grijpt het die boei niet vast, dan is het alsnog verloren. Cathy Lecoutre (leerkracht geschiedenis): Er bestaan speciale trajecten op maat waarbij leerlingen die echt schoolmoe zijn tijdelijk uit de school worden weggehaald. Maar die hebben alleen kans op slagen als zo’n jongere beseft dat het op school zo slecht nog niet is. Ik zie zulke trajecten als een reddingsboei die je gooit naar een kind dat aan het verdrinken is. Grijpt het die boei niet vast, dan is het alsnog verloren. The post De Leraarskamer van Knack: ‘Wat ik ook verzin, leren willen leerlingen niet meer’ appeared first on Knack .
www.knack.be
June 2, 2024 at 8:23 AM
Toch opvallende verschillen tussen mannen en vrouwen die uitstromen zonder middelbaar diploma. Vorig jaar meer dan dubbel zoveel mannen. Men wijst op schoolmoeheid, maar ook het vroege wegplukken door werkgevers. #onderwijs
March 27, 2026 at 6:24 AM
Over poëzie, schoolmoeheid en virussen.
January 30, 2025 at 4:00 PM